De Nederlandse taalniveaus

De Nederlandse taalniveaus zijn gebaseerd op het Europees Referentiekader voor Talen (CEFR). Het CEFR is een internationaal referentiekader dat gebruikt wordt om taalvaardigheid te beschrijven en te meten.

De Nederlandse taalniveaus zijn als volgt:

A1: Basiskennis.

Kan vertrouwde, alledaagse uitdrukkingen en zeer eenvoudige zinnen begrijpen en gebruiken die betrekking hebben op de directe behoeften. Kan zich voorstellen en anderen voorstellen. Kan eenvoudige vragen stellen en beantwoorden over persoonlijke gegevens.

A2: Elementaire kennis.

Kan eenvoudige, alledaagse uitdrukkingen en zinnen begrijpen en gebruiken die betrekking hebben op vertrouwde, alledaagse situaties. Kan eenvoudige, korte mededelingen maken over vertrouwde onderwerpen.

B1: Gemiddelde kennis.

Kan de belangrijkste punten begrijpen van duidelijke, standaarduitspraken over vertrouwde onderwerpen die betrekking hebben op het werk, de school, vrijetijdsbesteding, enz. Kan korte, eenvoudige teksten schrijven over vertrouwde onderwerpen.

B2: Goede kennis.

Kan de hoofdpunten begrijpen van complexe, uitgebreide uitspraken over zowel concrete als abstracte onderwerpen. Kan zich vloeiend en spontaan uitdrukken in het dagelijkse leven, op het werk, op school, enz. Kan heldere en gedetailleerde tekst over complexe onderwerpen schrijven.

C1: Zeer goede kennis.

Kan moeiteloos begrijpen van complexe, uitgebreide uitspraken, zelfs als deze niet helemaal helder zijn. Kan zich spontaan en vloeiend uitdrukken, ook in complexe situaties. Kan heldere, gestructureerde en gedetailleerde tekst over complexe onderwerpen schrijven.

C2: Meesterschap.

Kan alle aspecten van de taal begrijpen, zowel mondeling als schriftelijk. Kan zich spontaan en vloeiend uitdrukken, ook in zeer complexe situaties. Kan tekst produceren die zowel qua stijl als inhoud zeer efficiënt is.